Winterse wandeling naar een kota bij Hetta

geschreven door Pim op

Winterse taferelen rondom Hetta nodigen ondanks de kou uit tot buitenactiviteiten tijdens de korte periode van daglicht tussen 11 en 3 uur. We maken een winterse wandeling naar een kota bij Hetta over Periläjärvi, een meer waar Hetta aan ligt.

Bij de toeristeninformatie van Hetta vragen we naar de kwaliteit van de sporen die we op een kaart hebben gevonden. Ze leiden over Ounasjärvi naar een hut die toegankelijk zou moeten zijn. De vriendelijke Finse medewerker bevestigt dat de kota bij Hetta wordt onderhouden door de gemeente en de sporen sinds de kerst worden bereden door sneeuwscooters.

Op goede (sneeuwscooter)sporen kunnen we prima wandelen zonder sneeuwschoenen of langlaufski’s. Zo ook op de route die we kiezen, die even ten oosten van de dorpskern van Hetta begint waar het sneeuwscooterspoor de weg kruist. Het pad leidt over twee kleine meertjes tot op het grote meer, dan evenwijdig aan de oever naar het oosten, tot het op de oever uitkomt bij de kota.

De kota is traditioneel een Sami-hut of -tent. In die vorm lijkt het op wat wij beter kennen als een tipi. De moderne variant, zoals de kota bij Hetta die wij bezoeken, heeft meer weg van een blokhut, maar nog wel dezelfde vorm; een soort kegel met aan één zijde een deur. Veel kota’s zijn open voor het publiek. Een mooi voorbeeld van de Scandinavische gastvrijheid.

Kota bij Hetta

De kota bij Hetta is van binnen ruimer dan je van buiten zou denken. Centraal in een kota staat een vuurplaats met erboven een kap die aansluit op de schoorsteen. Rondom, onder het schuine dak, zijn houten banken gemaakt met meer dan genoeg zitplaats voor 10 personen. Een beetje warm wordt het pas als er een vuur is gemaakt.

Gewoonlijk is er bij een kota een voorraad hout. Een attente bezoeker voor ons heeft houtsnippers achtergelaten. Met daarbij een stukje fatwood (een stokje met 80% hars) brandt het vuur snel, ook met daarop hout waarop zelfs in de hut een laagje ijs is gevroren. Dat is fijn, want in de kota is het anders nog net zo koud als buiten; zo’n -25°C. Gemorst theewater bevriest op de bank terwijl we onze handen en voeten warmen bij de vlammen en tosti’s maken boven het vuur.

Tijdens de terugweg trekt mist over het meer. De bomen zien wit van de rijp, het kraken van de sneeuw onder onze voeten doorbreekt de stilte om ons heen; we wandelen door een sprookjesachtige wereld. Op en om ons gezicht bevriest het vocht van onze adem tot ook onze wimpers, haren, mutsen en donskragen door ijskristallen worden gesierd. Goede kleding is een must en zelfs daarmee is het soms moeilijk om vingers, tenen, neuzen en oren allemaal warm te houden. Na zo’n tocht is het extra lekker in de warme cottage bij Ounasloma, met een open haard, warme douche en sauna. Bij een bord soep zijn we allemaal snel weer opgewarmd.