Wandelen in het Annapurna gebergte

geschreven door Pim op

Zestien dagen wandelen in het Annapurna gebergte, van de oostkant bij Besi Sahar tot de westkant bij Naya Pul, levert diverse ervaringen op. Wat moet je verwachten van zo’n trek?

Lager in het Annapurna gebergte, richting de zuidzijde van het Annapurnamassief, kruipt de bewolking tegen de bergen op. Het gevolg is regen. We zijn voorbereid want we hebben regenhoezen voor onze tassen en poncho’s voor onszelf. De poncho’s zitten ongeveer even gegoten als een vuilniszak, comfortabel is dus een groot woord. Het grootste gemak is dat we ze makkelijk uit en aan kunnen trekken. Daarom winnen ze het definitief van de regenbroek en -jas.

DSC_2380

We wandelen in het Annapurna gebergte op de vochtige paden en moeten opletten voor bloedzuigers. We trekken onze sokken over onze broekspijpen om de wormachtige diertjes af te houden. Eenmaal zie ik pas in de loop van de dag dat er bloed op mijn sok zit, de bloedzuigers is al weer weg, maar heeft een klein wondje achtergelaten op mijn scheen. Het enige gevaar is eventueel, dat het wondje gaat ontsteken. Verder zijn de diertjes onschadelijk. Op het pad zien ze er wormachtig uit, met als grote verschil dat ze rechtop kunnen staan. Ze wiegen heen en weer tot je je been vlak naast ze zet, dan zuigen ze zich vast en werken zich vervolgens omhoog. Zo betrap ik eenmaal een bloedzuiger op mijn schoen, op weg naar mijn scheen.

Hoger, als we wandelen in de regenschaduw van het Annapurna gebergte, hebben we geen last meer van regen. Het is super zonnig en droog. Mistige taferelen maken plaats voor uitzichten op witte toppen die de hemel lijken te raken. De grootsheid van het landschap dringt zich aan ons op. Boven ons zweven Lammergieren op de onzichtbare luchtstromen die worden opgewekt door de warmte. De nachten zijn helder en naarmate we hoger komen ook kouder.

DSC_2441

In de zon lopen we weer in korte broek en zweten tijdens de onafgebroken klim die de eerste tien dagen tot de Thorung La pas voorstelt. We hebben zuinig ingepakt, omdat elke kilo op onze rug moet. We kiezen bewust niet voor een porter (een local die je kan inhuren als gids en die dan ook je tas draagt). Dat betekent dat onze sokken en shirts behoorlijk beginnen te stinken. Reden om op de eerste zonnige dag bij het guesthouse een schaal heet water te vragen, waarin we onze kleren kunnen opfrissen. Met de zon erop zijn ze dezelfde middag nog droog.

DSC_2416

Elke dag lopen we zo’n 4 tot 8 uur. Omdat we klimmen en op steeds grotere hoogte komen, doen we het rustig aan. We oefenen onze ‘rest-step’, een wandeltechniek waarbij je bij elke stap je kniegewricht even ‘op slot’ zet, om zo je spieren te ontlasten. De zware tas zit elke dag een beetje gemakkelijker. Op dag tien bereiken we het hoogtepunt. De Thorung La pas op 5416 meter is een prestatie waar we erg van genieten. Aan de andere kant van de pas resten ons nog 6 dagen in weer compleet andere landschappen. Ruige landschappen wisselen zich af tot we weer regen treffen op de lager gelegen uitlopers van de Annapurna Zuid, waarop we de tocht moe maar voldaan afsluiten.