Kamperen in Kaokoland

| Afrika, Namibië

Vanuit Kamanjab laten we de asfaltweg weer achter ons. We wagen ons aan een rit naar Purros, een woestijndorpje, waarbij een terreinwagen aanbevolen is en navigeren soms zelfs met GPS een opgave is. Overnachten doen we in de tent op het dak van de auto. Dit is kamperen in Kaokoland.

Met voldoende water en diesel rijden we Kamanjab uit. Een klein stadje, met twee tankstations, minisupermarkten en een mooie campsite met zwembad. Kaokoland heeft welgeteld vier tankstations en alleen kleine winkeltjes met basisartikelen, terwijl het gebied het gehele noordwesten van Namibië omvat, een gebied groter dan heel Nederland.

Via Palmwag rijden we over de C43 naar Warmquelle. We navigeren op de GPS naar een bandenspoor dat aftakt van de D3710. Het weggetje wordt snel ruiger; we rollen zo rustig als dat kan over ongelijke rotsen naar beneden. Aan het einde van het weggetje worden we verrast. Een vrouw van het Hererovolk, die hier woont, verwelkomt ons met een grote glimlach.

Aankomst bij de camping waar we kamperen in Kaokoland

Ze wijst ons een plekje om te kamperen in Kaokoland, vlakbij de Ongongo waterval waar we onze eerste stop hebben bedacht, op de Ongongo community campsite. We staan er beschut in de vallei en kunnen er zwemmen in het heerlijk koele water.

Kamperen in Kaokoland bij de Ongongo waterval

De volgende dag rijden we weer honderden kilometers door uitgestrekte landschappen die geleidelijk in elkaar overvloeien. Stenen worden zand dat zich op vlaktes en dan weer in duinen verzamelt, dit wordt doorsneden door droge rivierbeddingen die weer vol keien liggen. Het uitzicht wordt enkel in de verte beperkt door rotsige heuvels.

Rijden naar de camping waar we kamperen in Kaokoland

De wind maakt de bandensporen op sommige plekken onduidelijk. Wie de weg kwijtraakt maakt een eigen spoor. Zo raken ook wij van de weg, in het spoor van een ander. De GPS is onmisbaar; we sturen weer richting de hoofdroute, voorzichtig om hier niet vast te raken in het losse zand.

Midden in een woestijn van wit zand vinden we Purros, een klein dorpje vernoemd naar de bron die hier ontspringt uit de rotsen. Bordjes wijzen ons in het bijna kenmerkloze landschap naar de community campsite. Dit wordt de tweede plek voor kamperen in Kaokoland, onder een grote acaciaboom die de zon en wind afhoudt. Onder een andere boom, verscholen tussen het gebladerte, krijgen we een WC en douche gewezen. Een vrouw haalt nog even snel een plumeau over de takken, waaraan ook de douchekop is bevestigd.

Kamperen in Kaokoland in Purros

Vanaf de community campsite huren we lokale gids, die ons meeneemt op een zoektocht naar de zeldzame woestijnolifanten, die in dit gebied leven. We vinden ze op hun weg naar het dorp. ’s Nachts blijken ze het dorp te zijn gepasseerd en horen we ze voorbij komen op de campsite. In onze daktent schrikken we wakker van het kraken van takken en het luide geklater van een olifant die haar behoefte doet.

Woenstijnolifant op de camping waar we kamperen in Kaokoland

De afgelegenheid van het gebied, de vele mooie landschappen op de uitdagende rit ernaartoe en zo dicht bij de natuur komen, maken kamperen in Kaokoland een onvergetelijke ervaring. Een terreinwagen, een GPS en voldoende diesel en water zijn onmisbaar, dan is het alleen zaak om te genieten van het avontuur!

Deel met anderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *